TOEVAL?


Medio 1997.
Ik heb twee nieuwe huisgenoten.
Twee jonge katertjes.
Broertjes uit hetzelfde nest.
Zeven weken oud.
Ze hebben nog geen namen,
want ik heb nog niets leuks
kunnen bedenken…

Op een avond zit ik te kijken naar één van mijn op dat moment favoriete tv-programma’s. Maan Bij Nacht, van de KRO. Manuëla Kemp (die ik nog ken uit mijn Toppopverleden, van het meidentrio The Revelettes) ontvangt bekende artiesten, praat met hen en ze treden live op, vaak ook met elkaar.

Dijkzanger Huub van der Lubbe is die avond hoofdgast.
Hij is mijn held van dat moment. Schrijft teksten die ik had willen schrijven. Huub vertelt over zijn muzikale invloeden en wie zijn helden waren.
Hij noemt en roemt Harry Muskee. Cuby. Mijn held uit de jaren zestig.
Ik heb de vinyl elpees Desolation, Groeten Uit Grollo (jaja, met één o, foutje op de hoes), Praise The Blues (met Eddie Boyd) en Trippin’ Thru’ A Midnight Blues zo vaak gedraaid dat je de achterkant haast door de voorkant heen hoort.
En andersom.

Cuby is er.
Daar in de studio. Op dat moment. Als speciale gast voor Huub, die duidelijk onder de indruk is. Ze praten, lachen, spelen en zingen samen. Akoestisch.
Niemand In De Stad. Later is dat ook opgenomen, met de Blizzards, als Nobody In This Town. (Ik heb de mp3.)

Maan Bij Nacht is véél te snel afgelopen.
Ik kijk naar mijn twee katertjes, die met hun pootjes om elkaar heen op mijn schoot liggen te slapen en weet hun namen: Huub en Harry.

Medio 2001.
Ik verhuis naar een paar kilometer verderop aan dezelfde weg.
Natuurlijk gaan Huub en Harry met me mee, maar Huub blijft teruglopen naar het oude adres. Heeft het daar blijkbaar beter naar z’n zin. Hoe vaak ik hem ook ophaal, hij blijft nooit langer dan een paar dagen bij me.
De nieuwe bewoners van mijn oude huis bellen regelmatig op dat hij weer daar is. Uiteindelijk besluiten we met elkaar om het maar zo te laten.
Ze adopteren Huub. Harry blijft wél bij me.

In dezelfde tijd – eigenlijk al ietsje eerder – gaan de teksten en de muziek van De Dijk een kant op waarmee ik minder heb dan met het wat oudere repertoire.  Huub raakt me een beetje kwijt. Harry blijft me boeien met zijn vernieuwde C+B.

In de tien jaren die volgen, wordt mijn Harry meer dan een kat voor me.
Zijn aanwezigheid trekt me door donkere dagen en nachten heen. Elke dag, als ik thuiskom van mijn werk, zit hij op het dak van mijn schuurtje op me te wachten en roept dan iets dat heel erg lijkt op "Hallooo", hij kruipt op mijn schoot en likt mijn handen als ik in de put zit, ligt op het voeteneinde van mijn bed als ik slaap, kletst terug als ik tegen hem klets, mauwt met me mee als ik zing, klauwt aan de snaren van mijn gitaar als ik zit te spelen en is zichtbaar blij als ik van een paar dagen weggeweest weer thuis kom...
Hij is mijn vriend.

Dinsdag 27 september 2011.
Ik zit in de auto op weg naar huis.
Geschokt hoor ik op de radio dat Muskee de dag ervoor is overleden.
Aan leverkanker.

Dezelfde week.
Mijn Harry wordt ziek.
Hij vermagert zienderogen, maar zijn buik zwelt buiten proporties op.
Op 4 oktober ga ik met hem naar de dierenarts. Diagnose: sterk vergrote lever. Kan een ontsteking zijn, maar ook een tumor. Injecties en pillen zouden moeten helpen in het eerste geval...
Het mag niet baten. Hij takelt steeds verder af.
Leverkanker dus.

Vrijdag 14 oktober 2011.
‘s Avonds om een uur of acht valt Harry op mijn schoot in slaap en sterft.

Terug.

Realisatie: V-webdesign
Ontwerp: De Beer|Zwarts & Hans ScholteĀ© Website laten maken delen